19 november Nascholing Invisalign in Houten door OVAP, zie hier  voor informatie en inschrijven!

Actualiteiten in het tarievendossier:

Petitie tekenen door uw patiënten
NMT en VVO hebben een actie gestart om handtekeningen tegen de tariefsdalingen op te halen bij het publiek. Kijk op http://www.kannietdoordebeugel.nl/ voor de details. OVAP heeft eenmalig toegestaan dat onze leden voor deze actie worden materiaal toegestuurd krijgen.

Jurisiche actie
Tegen het besluit om de orthodontistentarieven (O-tarieven) te verlagen is door zowel ANT als NMT officieel bezwaar gemaakt. Beide organisatie werken aan de definitieve versie van hun bezwaarschriften die voor het einde van oktober bij de NZa binnen moeten zijn. Alle argumenten tegen het onderzoek van de NZa over de inkomens van orthodontisten en tegen de beleidskeuzes worden onderbouwd en beargumenteerd. Wanneer deze zaak zal dienen voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven en wanneer er een uitspraak te verwachten is, is niet te voorzien op dit moment. Het is aannemelijk dat zal worden geprobeerd een snelle uitspraak te krijgen (voorlopige voorziening) zodat we snel weten waar we aan toe zijn.

Onderzoek NZa naar effecten verlaging D-tarieven
Een beslissing over de tandartstarieven (D-tarieven) is ook nog niet genomen. De NZa doet allereerst een onderzoek naar de effecten op met name de bereikbaarheid van de orthodontische zorgverlening (de zogenaamde ‘gevoeligheidsanalyse’ in het jargon van de toezichthouder) wanneer de D-tarieven aan de O-tarieven worden gelijkgeschakeld (onder het mom van de ‘functionele bekostiging’ in de ‘New-speak’ van de NZa). Onderstaand een fragment uit een notitie van een beleidsmedewerker van de NZa over de gevoeligheidsanalyse en de functionele bekostiging (uit juli 2010)

Gevoeligheidsanalyse orthodontiemarkt
Vanwege het mogelijke effect op de toegankelijkheid van orthodontische zorg door invoering van functionele tarieven heeft de directie het voornemen om voorafgaand aan de invoering een gevoeligheidsanalyse van de orthodontiemarkt uit te voeren. Dit betekent dat een onderzoek wordt verricht naar de effecten van het verlagen van de orthodontietarieven op de toegankelijkheid van orthodontie waarbij enkele hypothetische toegankelijkheidscenario’s worden uitgewerkt.
De directie werkt de opzet van het onderzoek op dit moment uit. Er wordt gedacht aan het genereren van een overzicht waar in Nederland praktijken orthodontie leveren (geografische spreiding) en waarbij wordt
uitgewerkt hoeveel procent van de tijd en/of omzet de tandheelkundige praktijken aan orthodontie besteden t.o.v. andere mondzorg.
Gecombineerd met (regionale) marktkenmerken kan een Monte Carlosimulatie3 worden uitgevoerd. Tevens kan een kwalitatief onderzoek uitgevoerd worden door middel van interviews van marktexperts (bijvoorbeeld hoogleraren orthodontie, adviserend tandartsen).
De directie wil het onderzoek zo spoedig mogelijk starten. Door het projectteam wordt uitgewerkt hoe partijen betrokken worden bij de uitvoering.

Invoering functionele tarieven orthodontie
De directie streeft naar invoering van functionele tarieven orthodontie per 1 januari 2011. Daaraan voorafgaand moet de gevoeligheidsanalyse plaats hebben gevonden. In principe moeten de resultaten in het najaar
van 2010 bekend zijn.

Bestuursleden van OVAP zijn ook aangemerkt als ‘marktexperts’ en zullen binnenkort worden geïnterviewd door het bureau RMInteractive, die het ‘kwalitatieve deel’ van de gevoeligheidsanalyse voor zijn rekening neemt. Uiteraard zullen wij onze mening dat een dergelijke verlaging van het D tarief onaanvaardbare consekwenties heeft niet onder stoelen of banken steken en proberen zo ferm mogelijk te onderbouwen. Officieel duurt het najaar tot 21 december, maar we mogen toch hopen dat er eerder klaarheid komt over de plannen van de NZa.

Vangnet
Een ander aspect dat speelt is dat de NZa vanwege regelgeving moet zorgen voor een zogenaamde ‘vangnetregeling’ voor ongewenste effecten van haar beleid. Zelf schrijft de NZa het als volgt:

Als een toegankelijkheidsprobleem ontstaat zal het tarief moeten worden verhoogd. Het ligt in eerste instantie niet voor de hand dat de landelijke tarieven dan worden verhoogd. Ook al is het voor enkele (kleine of inefficiënte) praktijken nodig om de tarieven te verhogen, dan is het vanuit het consumentenbelang niet gerechtvaardigd om voor alle aanbieders hogere tarieven vast te stellen dan voor het gros van de aanbieders toereikend is. Voor een beperkt toegankelijkheidsprobleem kan een ‘vangnet’ uitkomst bieden. Het gaat dan om de inherente afwijkingsbevoegdheid van de beleidsregels op basis van artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht.
Voor een individuele aanbieder kan besloten worden individueel hogere tarieven vast te stellen. Het landelijk verhogen van de tarieven ligt pas in de rede als op grote schaal de toegankelijkheid in gevaar komt. In dat geval is een tariefstijging voor de gehele orthodontiemarkt (O én D) noodzakelijk, zodat de toegankelijkheid geborgd is en het uitgangspunt van functionele tarieven gehandhaafd blijft.

Het initiatief voor het verkrijgen van een individueel hoger tarief ligt bij de individuele zorgverlener. Bij u dus. Bent u van mening dat u orthodontische zorg niet meer kan leveren wanneer het tarief 40% daalt en dat daardoor de toegangkelijkheid van de zorg afneemt voor patiënten dan is het verstandig om de NZa te verzoeken om een hoger tarief te mogen gaan declareren vanuit de ‘vangnetregeling’. Wanneer veel collegae dit zouden doen schept dit zelfs de noodzaak voor de NZa om het tarief te heroverwegen zoals hierboven te lezen is. Ovap raadt dit dus zeker aan wanneer het bovenstaande voor u geldt, NMT en ANT zullen dat waarschijnlijk binnenkort ook doen. NMT en ANT hebben al navraag gedaan naar de voorwaarden waaronder een praktijk voor de vangnet regeling in aanmerking komt en welke gegevens er moeten worden aangeleverd. Zodra hierover meer bekend is dan berichten zij u hierover.

Actie NMT
NMT wil een actie opzetten waarbij patiënten een petitie tekenen dat de voorgenomen drastische verlaging van de tarieven geen goede zaak is. NMT heeft de OVAP verzocht ook haar leden eenmalig te mogen benaderen met flyer en ander materiaal. OVAP heeft hierin bewilligd en binnekort kunt u een mailing van de NMT in dit verband tegemoet zien. OVAP staat in principe positief tegen elke actie om het tij te keren, ook deze actie willen we een kans geven.

Kwetsbare groepen
Tenslotte kunnen we als nieuwe ontwikkeling melden dat de NZa zoekt naar mogelijkheden om de zorg aan kwetsbare groepen veilig te stellen. Door de sterke verlaging van de tarieven is de NZa bang dat de orthodontische zorg aan ‘moeilijkere’ patiënten in gevaar zal komen omdat die meer tijd kosten en niet meer economisch verantwoord behandeld kunnen worden. NZa heeft het dan over kinderen die meer aandacht vragen zoals die met syndroom van Down of andere kinderen met mentale retardatie, extreem angstigen, en de groep met ernstige afwijkingen maar niet ernstig genoeg voor een machtiging voor bekostiging uit de AWBZ. Ook wordt overwogen om de patiënten die in achterstandswijken (Vogelaarwijken, Prachtwijken) wonen en die voor de zorgverlener bewerkelijker zijn voor een hoger tarief in aanmerking te laten komen (op basis van postcode van het woonadres). Probleem is natuurlijk wel wie die hogere tarieven dan gaat betalen. Deze kwetsbare groepen een hogere rekening sturen is de smalste schouders de zwaarste lasten laten dragen. De verzekeraar laten betalen is ook lastig omdat het vrijwillig verzekerde zorg is en die is meestal gelimiteerd (een hoger tarief betaald de patiënt dus uiteindelijk toch zelf of er is helemaal geen verzekering en de patiënt betaald zelf de gehele hogere rekening.

NZa noemt het gevaar van het niet meer behandelen van meer tijd en apparatuur intensieve patiënten het gevaar van ‘risicoselectie’. OVAP denkt dat deze angst terecht is en dat zorgverleners zich inderdaad niet meer kunnen veroorloven om deze groepen voor een verlaagd tarief te behandelen.
Naast deze bezwaren is er ook nog een levensgroot uitvoeringsprobleem: wie vaststelt welke patiënten onder deze groepen vallen. Bestuursleden Menno Haarsma en Reinier Hoogeveen hebben voor het ‘Technisch Overleg’ met de NZa over dit onderwerp het onderstaande ANT (is ook het OVAP) standpunt naar voren gebracht.

ANT standpunt technisch overleg orthodontie 11-10 2010
Naar aanleiding van een memo van NZa betreffende speciale patiëntcategorieën.

ANT deelt de zorg van de NZa dat bij de tariefdaling die voor O en D tarieven respectievelijk is besloten en is voorgenomen er een probleem zal ontstaan in de orthodontische zorgverlening. Hoewel door NZa steeds wordt gerefereerd aan een stapsgewijze verlaging gaat het de facto om een verlaging met 34% in één keer. Voor het rendement van de praktijken betekent dat gemiddeld een daling van 55%. Voor tandartsen die het D tarief declareren gaat het om percentages van 40% tariefdaling bij voorgenomen gelijkschakeling wat resulteert in een daling van het praktijkrendement van meer dan 60%. Dit is een schoksgewijze aanslag op een gereguleerde sector die geen precedent kent.

Inventariseren wij de geluiden uit de sector dan komen we tot de conclusie dat er een groot aanboduitval zal optreden. Deels doordat tandartsen deze zorg niet meer kunnen aanbieden voor dit tarief, deels door vervroegd beëindigen van praktijken door gedemotiveerde collegae en deels door faillissementen.
De praktijken die wel door zullen gaan moeten nog efficiënter gaan werken waarbij risicoselectie zeker zal gaan plaatsvinden om de exploitatie en continuïteit van deze ondernemingen te trachten veilig te stellen.
De zorgverlening aan het algemene publiek zal sterk onder druk komen te staan, die van de bijzondere groepen nog meer is onze verwachting..

NZa geeft in het memo aan dat de voor deze groepen de mogelijkheid wil bieden een hoger tarief vast te stellen. En geeft hiervoor enige aanzetten voor discussie.
In reactie hierop hebben we de volgende opmerkingen.

- in de huidige situatie (met het huidige tarief) worden de bijzondere groepen voor het overgrote deel in de normale orthodontische praktijk behandeld. Zij kosten aanzienlijk meer tijd voor behandeling en overleg en zijn als zodanig economisch voor de praktijkvoering negatief. De professionele opvatting van tandartsen en orthodontisten is echter dat deze zorg er ook bij hoort en daar minder gecompliceerde behandelingen tegenover staan die weer compenseren voor het ‘verlies’ dat wordt geleden op de ‘moeilijke’ gevallen. In feite kun je zeggen dat de minder moeilijke gevallen de moeilijke financieren, hetgeen vanuit een gedachte van solidariteit in onze ogen een wenselijke situatie is. Door het tarief zodanig te verlagen dat de zorg voor deze groepen niet meer haalbaar is en vervolgens met noodverbanden te proberen deze zorg toch in de reguliere praktijken onder te brengen middels een hoger tarief is in feite een desolidarisering van de zorg. ANT denkt in het algemeen dat we die kant niet op moeten om groepen steeds nauwer te definiëren en apart te financieren. Het gaat hier immers om privaat gefinancierde zorg die aanvullend verzekerd kan worden of zelf betaald moet worden door de cliënt. Deze wijze van desolidariseren van de zorg door de NZa zal bij de calculerende verzekeraars er toe leiden deze groepen niet in aanvullende verzekeringen op te nemen zodat de verzekerbaarheid van deze zorg in gevaar zal komen.

- verschuiving van deze zorg naar de B-lijst lijkt ons onwenselijk omdat dit een aanzienlijke extra lastendruk in het collectief gefinancierde deel van de zorg te weeg zal brengen. Overheidsbeleid is nu juist gericht op verkleining van de aanspraken op de collectief gefinancierde zorg. Het is ook het paard achter de wagen omdat deze zorg op dit moment goed onderdak is zonder aanspraak op collectieve middelen, de behandelcapaciteit voor deze groepen dreigt alleen door de tariefmaatregelen van de NZa vernietigd te worden.

- een tariefopslag van 5% is volstrekt onvoldoende om deze zorg toch in het reguliere circuit geleverd te krijgen. Zoals betoogd is deze zorg met het huidige tarief niet economisch te leveren maar wordt deze gefinancierd door de overige minder gecompliceerde zorg. Een 5% opslag zou nog steeds een verlaging van het huidige tarief van 30% opleveren. Wanneer het niet kan voor het huidige tarief kan het zeker niet voor 70 % ervan, van een dergelijke maatregel is dus geen oplossing van het door de maatregelen van de NZa gecreëerde probleem te verwachten.

- Zou voor deze groepen een compensatie geboden moeten worden dan ziet ANT als enig redelijk alternatief dat deze zorg vanuit het privaat gefinancierde deel voor en tarief minimaal gelijk aan het huidige tarief moet kunnen worden geleverd. De prijs van de B-lijst maar dan zonder machtiging en financiering uit de collectieve middelen. Nadeel van deze benadering is dat er discussie zal ontstaan wie er wel en wie er niet onder vallen. In de eerste plaats met de cliënt omdat de beugel een hogere prijs heeft dan bijvoorbeeld een broertje of zusje. In mindere mate zal ook de verzekeraar zich in de discussie mengen, hoewel verzekeraars in bijna alle pakketten gelimiteerde aanspraken hebben opgenomen voor orthodontische zorg en zij dus nauwelijks financieel belang hebben in deze. Wij zien suggesties van NZa hoe deze categorie kan worden gedefinieerd zonder administratieve lastenverzwaring en discussie graag tegemoet maar zijn niet hoopvol gestemd over de mogelijkheden.

Het is duidelijk dat NZa in de gevoeligheidsanalyse moet constateren dat de orthodontische zorg door de genomen en voorgenomen tariefmaatregelen grote schade oploopt. Een goed werkende sector die de zwaardere cases geïntegreerd behandeld wordt voor een deel koud gesaneerd, het deel dat zal proberen te blijven functioneren kan zich niet meer veroorloven gecompliceerdere, meer tijdsintensieve behandelingen uit te voeren.

 

congresbanner2019